Volkstuin vereniging

gewijzigd datum 25-04-2013

 

Volkstuin2-pag1

Aardappel ziektes

Ter voorkoming van aardappelmoeheid, een ziekte die wordt veroorzaakt door aaltjes, mag wettelijk slechts eens in de vier jaar hetzelfde stuk grond gebruikt worden voor aardappelteelt. Eenmaal aangetroffen is aardappelmoeheid niet te bestrijden.

Tevens dient de vereniging in het kader van de landelijke bestrijding van de aardappelziekte, welke wordt veroorzaakt door een schimmel (genaamd: Phytophtora infestans), maatregelen te nemen om Phytophtora besmetting te voorkomen en wanneer toch een besmetting wordt geconstateerd de gevolgen daarvan te beperken.

Om aardappelmoeheid en aardappelziekte te voorkomen wordt door het bestuur van de "Ons genoegen"elk jaar, op advies van de Plantenziektenkundige Dienst te Wageningen, een bindend vruchtwisselingschema (1: 4) opgesteld.

Om aardappels te kunnen telen bent u verplicht wisselteelt toe te passen door uw gehele tuin in vier gelijke delen te verdelen, te meten vanaf het pad tot en met de achterkant van uw tuin, dus inclusief een eventuele kas of schuur! (zie tekening).

voorbeeld tuin:

Vak 1 Vak 2 Vak 3 Vak 4
2012 2013 2014 2015

 

De leden dienen hier streng de hand in te houden, omdat anders vanuit de plantkundige dienst en de algemene inspectiedienst een zware boete en/of een algemeen aardappelteeltverbod opgelegd kan worden aan de gehele vereniging.

Aardappelziekte Algemeen

De aardappelziekte, veroorzaakt door Phytophthora infestans, is van oudsher de belangrijkste schimmelziekte in aardappelen. De schimmel tast zowel bovengrondse als ondergrondse delen van de aardappelplant aan en is in staat binnen twee weken een vatbaar, onbeschermd gewas volledig te vernietigen. Schade ontstaat door aantasting van het loof, wat het productievermogen van het gewas vermindert, en door aantasting (droogrot) van de knollen. Sporen afkomstig van zieke planten (in het gewas, op de afvalhoop of elders) vormen een gevaar voor aardappelpercelen in de omgeving.

De volgende tekst geeft een beschouwing van de aardappelziekte vanuit 3 perspectieven:

1.     vanuit de ziekteverwekker (voorkomings strategie)

2.     vanuit de resistentie (voorkomings strategie)

3.     vanuit een teeltperspectief (bestrijdings strategie).

1. Levenscyclus van Phytophthora infestans

1.1. Loofaantasting

De bladvlek of aantasting is het meest bekende, en gevreesde, symptoom van de aardappelziekte (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Typisch symptoom van P. infestans in aardappel.

aardappelziekte

Het uiterlijk van de aantasting is afhankelijk van de weersomstandigheden. Onder vochtige omstandigheden begint een aantasting als een waterige vlek. Op deze vlek vormt zich, meestal aan de onderzijde, een dunne laag schimmelpluis bestaande uit sporendragers en sporen. Binnen een dag verkleurt de vlek van groen naar bruin. De aantasting blijft zich op deze manier uitbreiden totdat het hele blaadje is aangetast. Onder droge omstandigheden is de aantasting bruin en scherp begrenst.
Stengelaantastingen ontstaan als gevolg van infectie van een bladoksel of door uitgroei van een geïnfecteerde moederknol. Een derde mogelijkheid is dat de schimmel vanuit een aangetast blad, via de bladsteel de stengel binnengroeit. Stengeaantastastingen zijn langwerpige, stengelomvattende, grauwbruine tot bruinzwarte aantastingen waarop onder vochtige omstandigheden sporen gevormd worden. Aangetaste stengels zijn bros en breken makkelijk ter plaatse van een stengelaantasting. In tegenstelling tot bladaantastingen kunnen stengelaantastingen gedurende lange tijd in het gewas aanwezig blijven (meerdere weken), ook onder warme en droge omstandigheden.

1.2. Knolaantasting

Knollen kunnen besmet worden met sporen tijdens het groeiseizoen, tijdens het rooien en bij het opslaan. Infectie vindt plaats via lenticellen, ogen of beschadigingen van de schil. Aantasting begint als een oppervlakkige, blauwachtige, door de schil schemerende vlek. Deze aantasting breidt zich uit, de schil wordt bobbelig het aangetaste weefsel verkleurd naar roestbruin. De aantasting kan zowel oppervlakkig zijn als diep in de knol zitten. Aantasting door P. infestans kan overgaan in droog- of natrot. Het natrot kan daarna overgaan op gezonde knollen. Knolaantasting ontstaat vooral op natte en zwaardere gronden en is relatief van minder belang op zandgronden.

13. Infectiecyclus

Zomer: Tijdens het groeiseizoen kunnen bladeren, stengels en knollen van de aardappelplant worden geïnfecteerd door sporangia (afbeelding 2) welke door de lucht of door regen worden verspreid.

Afbeelding 2: Sporangia van P. infestans aan een sporendrager, zoals ze met een microscoop gezien kunnen worden.

sporen

Door de lucht overbruggen sporangia afstanden tot enkele tientallen kilometers, met regen worden sporangia van plant naar plant (spatverspreiding) en door afspoeling naar de knollen getransporteerd. Na infectie van een plant is de bladvlek eerst enkele dagen (de latente periode) onzichtbaar. Na afloop van deze latente periode verschijnen vrij plotseling de karakteristieke aantastingen (afbeelding 1). In de praktijk betekent dit dat op het moment waarop de eerste bladvlekken waargenomen worden de volgende generatie bladvlekken al latent (d.w.z. onzichtbaar) en in veel grotere aantallen aanwezig is. De aantastingen groeien snel en produceren grote hoeveelheden sporangia (enkele tienduizenden per cm2 blad), zichtbaar als de typische "witte baard" van de lesie. Sporangia worden hoofdzakelijk met wind en regen verspreid en kunnen nieuwe infecties veroorzaken in het eigen gewas of in buurgewassen. Onder gunstige weersomstandigheden (donker, koel weer met veel wind) kunnen sporangia afstanden van vele kilometers overbruggen.

Winter en vroege voorjaar: P. infestans overwintert in Nederland, als schimmeldraden in aangetaste knollen (in de compost en afvalhopen, als opslag of in pootgoed) en als sporen in de grond. Deze verschillende potentiële infectiebronnen veroorzaken in het voorjaar primaire haarden, plekken waar de allereerste aantasting door P. infestans in het nieuwe seizoen tot ontwikkeling komt. Geïnfecteerde planten op de composthoop en onzichtbaar geïnfecteerd pootgoed zijn, traditioneel, de belangrijkste starters van epidemieën. Vanuit één of enkele van deze primaire bronnen verspreidt P. infestans zich over de regio.

Kortom het afvoeren van aardappels en aardappelloof, echter ook van tomaten en hun loof, vanaf de tuin kan het beste direct gebeuren en niet via de composthoop.

2. Resistentie

Volledig resistente rassen zijn momenteel (in Nederland) niet beschikbaar. Er zijn echter wel rassen die een  hogere resistentie hebben dan andere rassen.

Afbeelding 3: Resistentie van diverse aardappelrassen, waarbij hoe hoger het cijfer hoe beter de resistentie tegen P. Infestans is.

tabel aardappel

3. Bestrijdingsstrategie

Bestrijding van de aardappelziekte is gebaseerd op preventieve maatregelen, zoals het gebruiken van  schoon pootgoed met een hoge resistentie, een wiselteelt cyclus van 4 jaar en het tijdig afvoeren van het loof, dit eventueel aangevuld met een beperkt curatieve ingreep, zoals spuiten.